Column van wethouder Paul Blokhuis

Written by Jacqueline. Posted in Column

“Dag van de Dialoog; tegen de stroom inzwemmen”

De Dag van de Dialoog komt er weer aan. Op 14 november om precies te zijn. Voor mij gemakkelijk te onthouden, dan ben ik jarig. Het is geweldig dat deze dag in Apeldoorn al voor de zesde keer wordt georganiseerd. Ik heb enkele keren een gesprekstafel meegemaakt. Boeiend om te zien dat mensen met totaal verschillende achtergronden met elkaar in gesprek gaan. Niet om de ander van hun eigen gelijk te overtuigen. Maar om elkaars achtergronden te begrijpen, om misverstanden en vooroordelen op te ruimen en om respect voor elkaar te tonen. Om – zoals het in een dialoog hoort – te spreken én te luisteren. Dat laatste is minstens zo belangrijk als het eerste. Niet voor niets heeft de mens twee oren gekregen en maar één mond.

Praten met mensen uit andere culturen is voor mij altijd een mooie belevenis. Hoewel ik toch echt Nederlandse roots heb, word ik dankzij mijn donkere haar aangezien voor afstammeling van zo’n beetje alle nationaliteiten rond de Middellandse Zee. Soms vragen klasgenoten mijn dochters heel voorzichtig, alsof ze een heel gevoelig punt aansnijden: “Eh, jouw vader, waar komt die eigenlijk vandaan?” Het benieuwt me wat deze klasgenoten ervan zouden vinden als het antwoord was: “Papa komt uit Egypte”. Hopelijk zou ik dan in hun achting stijgen.

Als ik aan Turken vertel dat de zwemleraar in Schiedam mij en mijn tweelingbroer vroeger geen zwemles wilde geven, want “je denkt toch zeker niet dat ik die Turkies ga leren zwemmen”, schept dat direct een band. En die band koester ik graag. Overigens realiseerde ik me als klein jochie nog niet dat de zwemleraar enorm discrimineerde. Kennelijk ging hij er gemakshalve vanuit dat het geen zin had ons aanwijzingen te geven, omdat wij hem toch niet zouden verstaan. Ik mag hopen dat hij er verder geen foute bedoelingen mee had.

Het is van belang dat mensen een band hebben en betrokkenheid tonen. De wereld is vol van wantrouwen, egoïsme, vooroordelen en misverstanden. Dat leidt helaas tot talloze conflicten, van burenruzies tot wereldoorlogen. De Dag van de Dialoog wil tegen deze beweging in zwemmen. Dat doet me erg goed. Ik voel me aangesproken door de woorden van mijn naamgenoot, de apostel Paulus. Hij schreef 2000 jaar geleden: “Stel, voorzover het in uw macht ligt, alles in het werk om met alle mensen in vrede te leven” (brief aan de Romeinen, hfst. 12, vers 18).

Ik vind het dan ook erg belangrijk dat mensen uit andere culturen zich ook in Apeldoorn op hun plaats voelen. Geaccepteerd, gerespecteerd, veilig én met reële kansen op school en op de arbeidsmarkt. En daar schort het nogal eens aan. Ik hoor helaas nog altijd, óók in ons mooie Apeldoorn, verhalen die sterk rieken naar discriminatie bij stages, op school, in de jeugdzorg, bij sollicitaties.

Het is daarom prachtig dat velen hier meedoen aan de Dag van de Dialoog. De teller staat dit jaar zelfs op bijna 100 tafels. Ik heb groot respect voor de mensen die dit organiseren. Misschien denkt u: nog geen 1000 deelnemers aan de gesprekken, in een stad met 157.000 inwoners…, dat is niet zoveel. Ik zou het liever anders benaderen. Na 14 november lopen hier honderden Apeldoorners rond als ambassadeurs van respect en vrede. Ik heb er vertrouwen in dat die een heel positieve invloed zullen hebben en bijdragen aan een fijn sociaal klimaat. De dialoog blijft zo als het goed is niet beperkt tot één dag.